Citaten

Enkele fragmenten van door mij opgeschreven verhalen

Een boodschappenrondje in 1939

Deze Rotterdammer vertelt wat hij op zaterdagmiddag moest doen in de stad;

“Mijn ouders stuurden mij weleens naar de Goudseweg om bij Ruijgrok zes pakjes margarine te halen. Dat betaalde de maatschappelijke hulp. Ik weet nog zo goed hoe ik mij toen al geneerde daarvoor.

In de Jonker Fransstraat had je Neptunus, de zaak van harinkjes.  En dan ging ik naar de Hoogstraat. Hier kocht ik bij Rooster zand, zeep of soda. Dan zakte ik verder af. Naar Kok voor koffie thee en suiker. En dan naar de zaak van Korpershoek voor boter.

Hadden we genoeg centjes dan mocht ik daarna in de mooie zaak van Van Buuren koekjes kopen. Daar aan de overkant zat een soort drogist. De bazin zat op een stoel en sprak dan met deftige stem tegen de winkeljuffrouw. Ik kwam altijd thuis met een zware boodschappentas. Dan was het uitpakken, alles natellen en centjes teruggeven.”

Het raam van de kerk

Een wijkverpleegster (1926) kijkt terug op haar werk in de jaren ‘50:

“Was er een nieuwe patiënt voor mij dan plaatsten de paters buiten aan het raam van de kerk een letter Z. Zo ging de communicatie toen. Als wijkverpleegster kreeg ik nieuwe mensen via de kerk. 

Vaak verzorgde ik mensen die uit het ziekenhuis kwamen, soms ging het om terminale mensen die dus geen hoop meer hadden op herstel. Nu hebben alle verpleegkundigen en verzorgende die in de wijk werken een telefoon op zak. En tegenwoordig moeten verzorgende of verpleegsters die aan huis komen álles opschrijven, dat zie ik nu zelf. In mijn tijd hoefde ik echt niet elke handeling te noteren. Een keer per maand schreef je over een patiënt een rapport met wat ze hadden. Dat schreef je met de hand en bewaarde je geloof ik bij de kruisvereniging, niet bij de mensen thuis.”

Geschiedenis zit in elk gewas

Uit een interviewbundel over vergeten groenten:

Een belangrijk bericht voor de huisvrouw. Er komen RODE spruitjes. De firma Vreeken in Dordrecht heeft, na vijftien jaar experimenteren, deze geheel nieuwe groente gekweekt, zo luidt de aanvang van een bericht uit 1951 in de krant Het Vrije Volk.

Dit citaat komt uit de vorige eeuw, maar tegenwoordig is Vreeken‘s Zaden uit Dordrecht nog steeds een begrip. Al sinds 1926 zetelt het bedrijf aan de Voorstraat, vlak bij de Oude Maas. Grondlegger was C.N. (Kees) Vreeken, de opa van huidige eigenaar Ton Vreeken.

Ton noemt het behoud van biodiversiteit de belangrijkste reden om oude soorten groenten vooral niet te vergeten. “Elk oud gewas heeft een geschiedenis. Het is ontstaan op een bepaalde plek, met speciale grond. Vroeger kenden we vooral streekgewassen die elk een met unieke vorm en smaak hadden. Je kunt zelfs eeuwen teruggaan bij een plantje. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor geteelde groenten maar ook voor wilde planten. De invloed van de zijderoute zie je nog steeds aan de hand van de verspreiding van gewassen en planten langs die oude handelsroute die tot in de middeleeuwen liep van Venetië naar Azië.”